Member details
 Show in normal design
Dit is de automatische blogimport van mijn blog op Heleenvanlier.nl. De originele versie (met goede leestekens!) kun je HIER lezen.

no name
Favorite blogs
Links
 
BLOGIMPORT HELEENVANLIER.NL
12 Aug, 11:35
GeenStijl probeert echte journalistiek te bedrijven en begaat een enorme misser door te zeggen dat Jeroen Akkermans dood is, terwijl zijn cameraman is overleden. Zeer pijnlijk. Ook op de Volkskrantburelen hoorden wij enige tijd voordat het ergens gepubliceerd was dat er een Nederlandse journalist was overleden en dat het misschien om Jeroen Akkermans ging. De familie moest nog worden ingelicht, daaom kon nog geen naam gegeven worden, en dat respecteer je dan. GeenStijl hoort een gerucht en pleurt het meteen online- brekend nieuws noemen ze dat dan. En dan willen ze de vk voor de Raad van de Journalistiek slepen. Zucht.

Screendump GeenStijl:






Update: De reaguurders hadden wel verder dan hun neus lang was gekeken, waarop GS het bericht verbeterde, en gemakshalve de reacties maar even modereerde ofwel 'wegjoriste'. Niet omdat ze deaud aan de russen oid riepen, maar op fouten wijzen. Zeer dubieus. Volgens mij moet GS het maar bij afzeikberichtjes, stamelende politici en burgerjournalistieke berichten als wormen in de supermarkt houden. Dat doen ze leuk.











Ik heb toch wel medelijden met mijn collegae-journalisten van over de hele wereld die de Karadzic-zaak in hun portefeuille hebben. Eerst hebben ze dagen gekampeerd om een tevergeefse glimp van (het nieuwe kapsel van) de man op te vangen, om het vandaag te moeten doen met een paar foto's van auto's en helikopters waar hij vermoedelijk inzat.                  

Het trieste aanbod van de foto's, waaronder een paar bewakers voor het raam van het strafhof, van zijn vrouw, van de hoofdaanklager, en van de hoofdpersoon slechts archieffoto's van ruim tien jaar geleden en wazige foto's van de man met baard, toont de wanhoop van de nieuwsfotografen.

Als het allemaal nog niet ellendig genoeg was dat ze daarbij ook nog eens maanden kunnen wachten tot de zaak begint, hebben die arme mensen in de klamme warmte van vandaag ondanks al hun geavanceerde apparatuur hun billen op een nat grasveld moeten vleien. Laptopje op schoot erbij en tikken maar.

Het pand uitgewerkt
Want na afloop van de persconferentie van hoofdaanklager Serge Brammertz werd de massaal toegestroomde internationale pers het gebouw uitgewerkt, aldus het ANP.

'Journalisten zonder kantoorruimte in Den Haag die hun stukken nog niet af hadden, gingen daarop in arren moede met hun laptop op het grasveld zitten op het Churchillplein voor het tribunaalgebouw in het Haagse Statenkwartier. Ook verslaggevers van persbureaus met vaste werkplekken in het tribunaal, zoals AFP, ANP en Reuters, moesten het pand verlaten.'

De verontwaardigde ANP-verslaggever gaat verder vanaf zijn grasveld: 'Bij andere internationale organisaties waar wereldnieuws ontstaat, is het gebruikelijk om journalisten gepaste mogelijkheden te bieden om hun werk te doen.'

Nou vond ik bovenstaande redelijk vermakelijk omdat je na de beelden van de pim-pam-pettende journalisten (zie filmpje) nu het beeld van de met natte billen typende verslaggever die geïrriteerd bovenstaande stukje heeft geschreven vanzelf op je netvlies krijgt. Daar hoeft geen fotograaf voor in een hoge boom te klimmen.

Maar toch weet ik uit mijn ervaring bij een nieuwswebsite dat in Nederland de omstandigheden voor journalisten die vanaf locatie stukjes willen tikken, vrij slecht zijn. Perscentra zoals in de VS hebben we hier niet en dat levert bij verslaggeving bij rechtszaken en vragenuurtjes aardig wat problemen op als je snel een stuk voor internet wilt hebben. Het wordt tijd dat Nederland wat dit betreft eens
met zijn tijd meegaat.


Pinnende donateurs zijn guller. Een collectant haalt het meeste geld op wanneer hij langs de deur gaat met zowel een collectebus als een betaalautomaat. Dit blijkt uit een proef in Amsterdam, stond vanmorgen in een persbericht.

Nogal wiedes dacht ik, hoeveel mensen maken zich er niet makkelijk vanaf door te zeggen dat ze geen kleingeld bij de hand hebben.

Dat is veel makkelijker dan te zeggen: ?Ik heb geen zin om geld te geven?. En hoewel de geen-kleingeldsmoes inmiddels zo bezoedeld is door het misbruik ervan, dat niemand het meer gelooft, bij mij is het negen van de tien keer ook de waarheid. Als ik boodschappen ga halen heb ik vaak alleen mijn pinpas en bonuskaart mee, ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst contant heb betaald bij de supermarkt, en thuis gaat klein spul meteen in de spaarkikker.

Ik heb al vaker gedacht, waarom spelen mensen die van dergelijke aalmoes afhankelijk zijn niet beter in op het langzaam verdwijnen van kleingeld? Als de proeven met betalen met vingerafdrukken en sms slagen zal dit alleen nog maar erger worden.

Maar goed, de goede doelen lijken het nu te gaan begrijpen, Stop Aids Now was er afgelopen World Aids Dag voorloper mee en er zijn ook al initiatieven met donaties via bluetooth. Nu uit deze proef blijkt dat het meer oplevert, zal de rest vast snel volgen. Ik vraag me af hoe lang het nog gaat duren voordat er opeens een schurftige junk in een donker steegje op je afkomt, zijn drie tanden blootlacht, een apparaatje uit zijn broekzak trekt en zegt: "even chippen, zo gepiept!"

(ook op Dutch Cowgirls verschenen)
16 Jul, 18:40
Social mediastress. Nu lees ik voor mijn werk bij de Volkskrant best veel kranten en websites, maar ik kan mij niet herinneren er ooit een goed trendverhaal over gelezen te hebben. Toch lijkt het mij een best alomtegenwoordig fenomeen.

Ik heb me in de loop der jaren bij zoveel nieuwe, veelbelovende hypes aangemeld, ik ben compleet de weg kwijt. Een gedateerd profiel hier, oude foto?s daar en een rij met vriendenuitnodigingen elders.

En dat terwijl je digitale representatie best belangrijk is geworden. Vrienden, collega?s, toekomstige bazen, potentiële geliefden, je wordt door iedereen gecheckt online. En die mensen kunnen een vreemd beeld van je krijgen als ze een stoffige weblog tegenkomen vol met foto?s uit je feestende studententijd, of suggestieve berichtjes op je Hi5-profiel waar je allang niets meer mee hebt gedaan. Het bijhouden en updaten van al je verschillende profielen is nogal een klus.

Digitale identiteit
En dat je digitale identiteit op het spel staat is nog maar één kant van de medaille, je sociale contacten die je soms verwaarloosd is de andere. Zo was ik afgelopen vrijdag jarig. Ook dit jaar was er weer een substantiële kwantitatieve stijging van het aantal felicitaties. Kwantitatief, niet kwalitatief.

Vroeger, en nu probeer ik niet nostalgisch te klinken, want ik hou van kwantiteit daar het gaat om felicitaties, kreeg ik wat telefoontjes op de huistelefoon en wat kaartjes per post. Al gauw kwamen daar de sms?jes bij en de e-mailtjes danwel virtuele kaartjes. Dit jaar sloeg alles: telefoontjes, sms?jes, e-mails, Hyvesmailtjes, Hyveskrabbels, tikken, Facebook wall-posts, pokes, er gingen mensen tegen me msn?en en kwekken, ik kreeg Tweets? en een kaartje per post (bedankt oma).

Ik klaag niet, het is lief bedoeld, maar verwachten al die mensen een berichtje terug? Het zorgt toch voor een tikkeltje extra stress. Ik heb net mijn blog gerestyled, mijn Last.fm account geupdate, wat Tweets verstuurd, enkele krabbels en wall-posts beantwoord en ik vind het wel weer even genoeg. Het geeft wel een heerlijk gevoel om de dingen weer eens opgeruimd te hebben. Rommel op je sites geeft een even slecht gevoel als een stapel afwas, voor mij althans. Dit filmpje nails it!
Origineel verschenen op Dutch Cowgirls (14 juli 2008).

Eén van de meest aangename verrassingen toen ik, net terug van een tripje naar New York, over het net aan het struinen was, was toch wel de Dutch Cowgirls. Het is zo?n idee waarvan je met een glimlach constateert, hé dat dat niet eerder bedacht is. Dat zijn natuurlijk de beste ideeën.  Maar dat het niet eerder bedacht was, is ook eigenlijk niet zo vreemd, want was de wereld al eerder klaar voor de Dutch Cowgirls?

Dit is dé tijd voor Dutch Cowgirls, dat weet ik zeker. Meiden die wegkwijnen bij een paar mooie schoenen of een geweldige tas, goeie banen hebben, maar bovenal meiden die ondanks dat ze vol in het leven staan, stiekem een beetje nerds zijn. En dat komt weer doordat internetaddict zijn eigenlijk allang geen nerd-bezigheid is, en gadgets echt niet meer slechts toys for boys zijn. Wij doppen onze eigen boontjes, en worden net zo makkelijk verliefd op een roze laptop als op een paar Balenciaga-schoenen. Helemaal mooi is het als ze matchen.

Wat een vreemd palet aan interesses heb jij toch, hoor ik wel eens. Helemaal into bloggen, social networking, maar ook into shopping en mooie feesten en ondertussen lees je Kundera en Kafka. Grappig dat je dit palet zo goed terug kunt vinden in Dutch Cowgirls en dat dit meteen het onderscheidende element is van Dutch Cowboys. Tja, vrouwen zijn ook beter in multitasking. Die bredere verbinding tussen de linker en de rechter hemisfeer zal er dan ook wel voor zorgen dat vrouwen zich op meer interesses tegelijkertijd kunnen focussen.

Voorstellen
Of ik mij in mijn eerste post even voor wilde stellen, alvorens ik jullie met mijn schrijfsels overstelp, was de vraag van Marjolijn. Bij deze: Ik ben Heleen, eergisteren 26 geworden, ik woon in Amsterdam samen met mijn beste vriendinnetje. Ik werk als internetredacteur bij de Volkskrant, en heb bij Hyves en VNU Media gewerkt. Aan de Universiteit Leiden heb ik een master Journalistiek en Nieuwe Media gedaan, aan de Rijksuniversiteit Groningen Media- en Computercommunicatie. Hier was ik rond de millenniumwisseling aan het knutselen met html in notepad, maar ook met literaire tekstinterpretatie ? en ik werkte als barvrouw in de kroeg.

Dit korte cv?tje laat meteen zien dat ik altijd al iets nerderigs in mij heb gehad, en hoewel ik bij een dode bomenmedium mijn brood verdien, doe ik dit op de meest innovatieve plek van deze (beste) krant (van Nederland :-p ). Het nieuwe media-element zal in mijn hele journalistieke carrière belangrijk blijven, dat weet ik zeker. En hoe kan het ook anders want oude journalistiek is in staat van ontbinding.

Ik hoop dat ik regelmatig tijd vrij kan maken om te bloggen over al die leuke en interessante dingen die er gebeuren in de online- en de offlinewereld, en op die plekken waar ze elkaar raken. En ik zal in ieder geval genieten van alle leuke dingen die er op Dutch Cowgirls gebeuren. 
Ik zat gisteravond op het terras van de Chocolatebar met een vriend, en vertelde hem over mijn verse relatiedebacle en hij over zijn laatste gebroken hart (wat is dat toch met mijn generatie en de lichtheid van relaties - zijn we doorgeschoten in autonomie?). Ik vertelde hem in dat kader over 'mijn ultieme rebounder' Kundera en de treffende passage in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, toen Teresa terug naar Praag was gegaan, Tomas in Zurich achterlatend. Hij liep hij die avond voor het eerst alleen door de straten van Zurich. Hij zweefde bijna van lichtheid, de toekomst was opnieuw een geheim en om elke hoek van de straat schuilde een nieuw avontuur. (Had hij zin om zijn minnares Sabina te bellen, een van de vrouwen die hij in Zurich had ontmoet te zien? Nee. Hij wist dat dan op slag de herinnering aan Teresa ondraaglijk pijnlijk zou worden.)

Deze passage maakte in een liefdesverdroten staat van melancholie een verpletterende indruk op mij. En over het geheel bewerkstelligt het boek het nadenken over lichte affaires en de zin en onzin daarvan versus de peilloze diepten van liefdes - en het leven, als je toch bezig bent. Op sommige momenten dat ik mij in Amsterdamse taferelen bevind, zweef van lichtheid, een telefoon vol potentiële rebounders bezit, kan ik vaak niet wachten om naar huis te fietsen om pagina 40 van mijn bezoedelde Kundera te herlezen.

Later gisteravond stond ik te wachten op de laatste tram - ploerten hebben mijn roze fiets ontvreemd na het fantastische feestje A day at the park in het Amsterdamse bos zaterdag. Er stond een blond meisje naast mij met een lief gezichtje, waarmee ik net een gesprekje had gevoerd over tramtijden, wat zij aan het lezen was (een werkvloergedragefficientiebevorderingshulpboek of zoiets), en over mijn roze laptop met kleine diamantjes en bijpassende tas.

Uit mijn tas stak zoals altijd een verkreukeld Volkskrantje. Ik was nog niet toegekomen aan het tweede katern, dus ik had nog wat heerlijk leesvoer om tramwachtfrustraties te doden. Een schokje der herkenning ging door mij heen toen ik de column las van mijn collega Ronald Giphart - als tussen zijn en mijn stukkie zes pagina's zitten, mag ik hem wel zo noemen toch?

Giphart citeerde in zijn column enkele passages uit Kundera en zegt: 'destijds was D.O.L.V.H.B. voor mij een verpletterend boek. Ik had vrolijke studentenaffaires met vrolijke studentenmeisjes, en ontdekte dankzij Kundera dat achter liefde en seksualiteit ook een peilloze diepte schuil kon gaan.'

Dit moment moest ik even delen met mijn tramwachtlotgenote. Ze had Kundera niet uitgelezen, alleen het begin, waar overigens ook de sterkste elementen zitten - maar ze beloofde me het boek weer op te pakken.

Maar goed, nu zullen er op dat moment vast nog ergens ter wereld mensen Kundera aan het citeren zijn geweest. RG vervolgde zijn column met het bizarre toeval dat hij er gister achterkwam dat hij het boek op 21 juni 1988 gekocht bleek te hebben. En zo kon hij het bruggetje weer naar voetbal slaan. Ik ga zodra ik thuis ben kijken wat er in mijn exemplaar op het titelblad staat, dacht ik. Wellicht was er nog een aanknopingspunt.

De tram kwam eindelijk. Het blonde meisje stapte in, ik ook. Ik ging een stoeltje verderop zitten en zes tramhaltes verder stapten wij tegelijk uit. Op het perron kwam ze een bekende tegen en ik liep één van de straten in richting mijn huis. Ik sloeg een hoek om en merkte dat het blonde meisje en haar bekende achter mij liepen. Ik sloeg nog een hoek om en zij ook. Nog één, en bij mijn huis aangekomen, ging ik naar binnen en keek ik toch nog even door het raam. Het meisje stond recht voor mijn deur te praten met de jongen.

Ik pakte mijn boek. Ik koop mijn boeken vaak tweedehands, ik hou van geleefde boeken. Ik sloeg het open en zag op het titelblad dat mijn exemplaar is aangeschaft op 27 oktober 1994 door ene Stoelingen, de voornaam kan ik niet lezen.

27 oktober 1994 deed niet meteen een belletje rinkelen en ook Google stelde mij teleur, er zijn enkel wat onbeduidende parlementaire besluiten gemaakt die dag. Niets historisch dus. Misschien iets in de korte geschiedenis van mijn eigen leven dan? Ik was toen net twaalf en zat in de derde maand van de brugklas. Waarschijnlijk had ik rond die tijd mijn eerste proefwerken. Waarschijnlijk was ik toen verliefd op die mooie jongen uit 1V1, of het lekkere ding uit HA3. Wat jammer, ik weet het echt niet meer, totale leegte. Ik keek weer uit het raam, het meisje was verdwenen. Het leven is elders.
Wat is het toch met Valentijnsdag de laatste tijd? Iedereen roept om het hardst een hekel te hebben aan deze dag van geldklopperij en opgelegde liefdesbetuigingen. Om maar niet te spreken van de walging die alle etalagebevuilende, roze, hartvormige troep oproept bij de weldenkende mens.

Vroeger kon je nog wakker liggen, de nacht voor Valentijnsdag. Vurig hopend op een kaartje of twee, drie misschien, van een geheime aanbidder. Alsof het je verjaardag was (nog zo’n dag die mensen zo pathetisch kunnen haten), ‘s ochtends naar de brievenbus sprinten. Op school begon het grote raden. Om maar te zwijgen van de spanning die de rozenronde meebracht. Als de rozencommissie jou oversloeg, of als je rivale er twee kreeg, en jij maar één, was de dag verpest. Om een afgang te ondervangen zorgde je in ieder geval voor één roos dankzij en pact met vriendinnen.

Ik weet niet hoe het met de jeugd van nu zit, maar bij de volwassenen (ja daar schaar ik me als 25 plusser inmiddels onder), is het de hype om Valentijnsdag te hekelen. En toch houdt ‘de dag van de liefde’ nog steeds iedereen bezig: iedereen heeft het maar druk met Valentijnsdag haten. In een relatie wordt om het hardst geroepen ‘Wij doen niet mee met die nonsens.’ ‘Voor ons is iedere dag Valentijnsdag!’ Maar als vriendjelief vervolgens niet eens met minimaal een kleinigheidje op de proppen komt, is het voor velen toch wel even slikken. Onder druk gaan de meesten toch maar ‘romantisch’ uit eten.

Mensen zonder vaste relatie vinden anonieme kaartjes weliswaar kinderachtig, desalniettemin lacht de deurmat ze gemeen uit als er onder de krantjes geen rood envelopje schittert. Een gezellige date inplannen met een scharrel is er niet bij, dat is meteen beladen. Helemaal pathetisch wordt het als de ‘blije vrijgezellen’ naar zo’n speciale singlesparty gaan. Meedeinend op het ritme van rammelende eierstokken staan ze nippend aan een glaasje bocht samen met andere eenzamen heel gezellig niet alleen te zijn – tenminste, dat stel ik me erbij voor.

Een gezellig avondje borrelen met je vriendinnen kun je niet met Valentijn, tussen de kleffe stelletjes en melancholische vrijgezellen. Meedoen met Valentijn is not done, maar toch wil niemand vergeten worden op de dag van de liefde.

Mijn oplossing is zoals altijd de middenweg. Kijk niet eens naar de deurmat maar verwen je vriendinnen met roze ballonnen (en krijg op jouw beurt roze tulpen)! Met ijs en thee onder een roze deken Alles is Liefde kijken. Als dat geen liefde is…
7 Feb, 19:49
Vanwege de 51ste verjaardag van mijn paps, afgereisd naar Friesland. Sinds Kerst was ik al niet meer in het Harlingse geweest dus ik had er zin in en had de woensdag vrijgenomen. Bepakt met drie krantjes en genoeg versnaperingen zocht ik een comfortabel plekje uit in de trein om aan de drie uur durende reis te beginnen.

Ik moet toegeven dat ik niet elke dag tijd heb om de krant waarvoor ik werk (de Volkskrant) dagelijks van A tot Z te spellen – maar het meeste heb ik toch al online gelezen. Als ik moet bekennen aan een collega dat ik van zijn stukje slechts kop en intro heb gelezen, en ik daarop een schaam je-blik krijg, werp ik meestal de tegenvraag op of hij/zij de website al heeft uitgelezen.

Maar nu letterlijk iedere letter gelezen, terwijl de trein langs Hilversum, Zwolle, Steenwijk, Heerenveen en Leeuwarden reed. Toen de trein Dronrijp passeerde, begon ik aan Martin Bril, die had ik tot het laatst bewaard. Martin beschreef deze woensdag weer eens het Hollandse landschap. In poëtische bewoordingen schreef hij over dijken, polders en over rivieren die slome bochten door het landschap trekken. Ganzen in hun waaierformaties en de verlangens die daardoor bij hem opkwamen. Plotseling realiseerde ik mij dat ik de hele treinreis het landschap waardoor ik heen zoefde geen blik waardig had gegund. Ik had alleen letters gedrukt op dode bomen gezien.

Mijn vader bracht mij terug naar Amsterdam. Zittend in de auto liet ik mij het uitzicht maar eens welgevallen. Over de Afsluitdijk. ’s Lands vijver, het IJsselmeer, lag er onrustig bij. Ik werd er onrustig van. Windkracht 7 veroorzaakte witte schuimende koppen op duister ogend water. Ik zag rondfladderende eenden die zich schraal aftekenden tegen een trieste grijze lucht.

Het begon te regenen. Smoezelige schapen stonden zich op vlakke velden te vervelen. In het midden van nergens stond een boerderij. Je zou er maar wonen, dacht ik. Van god en alleman verlaten. Ik dacht aan incestcijfers. Een kerktoren doemde op. Ik dacht aan begrafenissen en gure koude wind.

Amsterdam 34 kilometer. Geluidsmuren en schoorstenen doemen zich op. Een glimlach op mijn gezicht. Ik zie de grachten, kroegen, studenten, de mensen. Het groen van het rumoerige Vondelpark en het bruine water van gezellige grachten. Her en der happen sturen en wielen naar adem, om een centimeter dieper in het oneindige niets te verdwijnen. Gebouwen in alle vormen en formaten, waar je ook kijkt. De muren van volle kroegen houden de gure wind buiten. Geen drassige oevers maar beklinkerde kades waar mensen zich overheen haasten.

Denkend aan Holland; zie ik geen brede rivieren; traag door oneindig; laagland gaan (Uit:
'Herinnering aan Holland' van Hendrik Marsman). Denkend aan Holland; zie ik Amsterdam.
10 Jan, 18:35
Weer een aantal illusies armer. Dat ik nooit ziek word, en dat ziek zijn iets ontspannends heeft. Op de bank met filmpjes en kippesoep (witte boekje-spelling). Het virus dat door Nederland raast en meedogenloos slachtoffers maakt, heeft mij deze ronde niet overgeslagen. Ik dacht de eerste paar dagen nog dat als ik die steeds engere vormen aannemende klieren op plaatsen waarvan ik niet wist dat er klierknopen zaten, aanzwellende hoofdpijnen en duizeligheid negeerde en/of onderdrukte met een maagzweer veroorzakende hoeveelheid paracetamol, dat het wel weer overwaaide. 

Toch niet. Ik heb hetgeen moeten doen dat voor mij de ergste straf denkbaar is: ziekmelden. Toen er om 09.30 uur eindelijk iemand was die mijn 07.00 uur dienst bij de Volkskrant af kon lossen, ben ik naar huis gefietst. Hoe weet ik amper nog maar ik ben op deze bank terechtgekomen, waar ik sindsdien niet meer vanaf ben gekomen.

Mensen die zich laten vellen door het eerste het beste griepgolfje, vind ik vaak heel stiekem maar aanstellers. Dat komt omdat ik zelf vrijwel nooit ziek ben en me er zodoende niet echt een voorstelling van kon maken. Laatste keer beetje ziek was met Pinksteren toen ik ijlend, bevend en duizelend door het Kroller-Moller Museum liep, tijdens een weekend weg met vriendinnen. Wel mee pokeren en na het weekend gewoon werken.

Ook uit mijn jeugd herinner ik me weinig kippesoeptaferelen. Mijn enige ziekbed dat mij nog enigszins voor de geest staat, was in de zomer van 1995. Mijn opa, gepensioneerd arts oftewel beroepshypochonder, keek naar het hoopje mens dat zich voordeed als zijn jarige kleindochter – en zorgde ervoor dat nog geen vijf minuten later een polikliniekverpleegster tien buizen bloed aftapte. Verjaardagskado: diagnose pfeiffer.

De twee weken erna lag ik in bed, soms op de bank, met een colafles naast me, gevuld met spuug dat ik niet kon doorslikken. Dit tot gruwel van de stroom vrienden en vriendinnen – vooral vrienden in die tijd – die mij kwamen martelen met mooie zomeravonturen. Toen na een week de jongen waarop ik verliefd was mij uitnodigde voor zijn feestje 'mocht ik weer beter zijn', kon ik dit niet missen. Mijn max. 45 kilo wegende lijfje pompte ik vol met ibuprofen en ik nam nog een handvol mee voor onderweg.

Gedurende het feest lag ik vooral te slapen op de bank, tot het moment dat mijn moeder, na de ouders van werkelijk al mijn vrienden te hebben gebeld, wild toeterend voor de deur stond om mij op te halen. Toen ik mezelf een week later genezen had verklaard, was mijn huisarrest nog niet over.

En daar lig ik weer, mijn levensjaren verdubbeld (jzs wat klinkt dat oud), gefrustreerd, niet omdat ik een zomer mis maar omdat ik niet kan werken, pijn lijdend en bibberend danwel zwetend. Ik droom over grote, enge, halfverteerde dieren met een touw aan de enkel van een in het zand begraven meisje. Later ben ik dat meisje en blijf ik maar steentjes uitspugen. Als ik denk dat ik ze allemaal heb uitgespuugd, komt er weer een nieuwe lading. Op het laatst weet ik niet meer of ik steentjes of tanden uitspuug.

Gandalf staart me al zes uur aan vanaf het beeldscherm, na tien minuten trok ik het niet meer en heb de film op pauze gezet. Voor kippesoep zal ik toch echt zelf in beweging moeten komen. Ik beloof plechtig mensen met griep nooit meer aanstellers te vinden. Ziek zijn sucks! Geef mijn portie maar aan Vicks.
7 Jan, 21:10
Het lijkt gister en tegelijk tijden geleden toen ik bij het inluiden van 2007 een plek had verworven tussen de professionele dansers op het podium van de Passenger Terminal. Opgezweept door Dr. Lektroluv en kijkend naar de fantastische groep vrienden, de liefste beste vriendinnen ter wereld, het leukste vriendje en de meest uitbundige feestcrew, had ik het volste vertrouwen dat het weer een topjaar zou worden.

Nog bijkomend van weer een heerlijk feest, ditmaal iets kleinschaliger op de Supperclub Cruise, maar minstens zo leuk, denk ik terug aan het zevende jaar na het millennium dat zo mooi begon. Het was in ieder geval een jaar waarin er veel is gebeurd.

Ik studeerde voor de tweede keer af en nam daarmee voorgoed afscheid van het studentenleven. Ruilde mijn studentenkamer niet in voor het huis dat ik zou kopen met mijn vriendje maar werd na twee jaar weer vrijgezel en verhuisde naar een appartement in Oost. Ik verloor mijn nichtje. Werd verliefd op Thailand, Cambodja en Vietnam. Werkte bij Hyves en VNU en toen toch maar weer de Volkskrant. En mijn hiel werd voorgoed voorzien van een lieve kleine tattoo. Niets daarvan, afgezien van het afstuderen, had ik toen op dat mooie feest in de Passenger Terminal kunnen vermoeden.

En nu weer een nieuw jaar met nieuwe vermoedens en nieuwe voornemens. Zoals het voornemens betaamt zijn de eersten – beter op mijn spullen en geld passen en iets rustiger aan doen – binnen een week gebroken. Dit wist ik weer toen ik om zes uur ’s ochtends in een nieuwe outfit tevergeefs naar mijn telefoon zocht op de grond van de Bubbels. Een les die ik meeneem uit 2007, om in Multatuli te spreken, is: Niets is zeker, en zelfs dat niet.